zaterdag 22 november 2014

HRW: "Vernielen huizen van families van Palestijnse verdachten is oorlogsmisdaad''

A relative of Abdelrahman Shaludi, a Palestinian who killed two Israelis last month, displays his po
Op 19 november werd het huis van Abdel Rahman Shaludi opgeblazen, de man die op 22 oktober mensen  aanreed in Sheikh Jarrah. Hoewel alleen het appartement van zijn familie zou worden vernield, ging het leger zodanig te werk dat het hele gebouw van vijf verdiepingen en ook enkele buurhuizen plus een geparkeerde auto zwaar werden beschadigd (Foto AFP).  

Israel moet onmiddellijk stoppen met de politiek van het vernielen van huizen van families van Palestijnen die ervan worden verdacht aanvallen op Israeli's te hebben uitgevoerd, stelt de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) zaterdag in een verklaring. Deze politiek die volgens Israelische functionarissen een afschrikkende werking zou hebben, straft weloverwogen en op illegale manier mensen geen enkele misdaad hebben begaan. Het komt neer op collectief straffen van mensen. Als dat gebeurt in bezet gebied, waaronder ook Oost-Jeruzalem valt,  is dat een oorlogsmisdaad. Israel heeft in tenminste vijf gevallen in 2014 de huizen verzegeld of vernield van families van mensen die ervan werden verdacht Israeli's te hebben gedood, aldus HRW. Daardoor raakten tientallen mensen dakloos.
 
In augustus blies het Israelische leger het appartement op van Amar Abu Eisha die ervan werd verdacht samen met Marwan Qawasme (wiens huis ook werd vernield) drie leerlingen van een yeshiva in het nederzettingenblok Gush Etzion te hebben ontvoerd en gedood. Het ging alleen om Amar's appartement, maar de explosievenexperts van het leger maakten ook de verdieping van diens broer totaal onbewoonbaar. (Foto Reuters)  

Op 19 november werd het huis vernield van de familie van Abdel Rahman al-Shaludi  in Oost-Jeruzalem die op 22 oktober mensen aanreed bij een halte van de sneltram, waarbij een baby en een jonge vrouw werden gedood. Israel heeft aangekondigd dat nog vijf andere huizen van families van mensen die ervan worden verdacht opzettelijk mensen te hebben aangereden of anderszins Israeli's te hebben gedood (en die daarbij zelf werden doodgeschoten). ''Het slopen van huizen als strafmaatregel is volstrekt onwettig,'' aldus Joe Stork, de onderdirecteur van HRW voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika. "Israel behoort misdadigers te vervolgen, veroordelen en straffen, niet uit wraak vernielingen aan te richten die hele families treffen.''
Ook de Israelische mensenrechtenorganisatie B'Tselem heeft zich tegen de sloop als straf uitgesproken met het argument dat het een collectieve straf en onwettig is. Een commissie van het leger vond tien jaar geleden, aldus Amnesty, dat het ook niet afschrikkend werkte, zoals bedoeld, eerder het tegendeel. Daarom was de praktijk sinds 2005 niet meer gebruikt. Tussen 2001 en 2005 alleen al werden 664 huizen als collectieve straf gesloopt, waardoor naar schatting 4.000 mensen dakloos werden.
Een probleem bij de onwettigheid van het slopen van huizen als strafmaatregel, is dat het Israelische hooggerechtshof heeft bepaald dat het volgens de Israelische wet geoorloofd is. Het hof gaat daarmee volstrekt in tegen het  internationale recht. Andere uitspraken waarmee het hooggerechtshof uit de pas loopt met wat internationaal juridisch de norm is, zijn - onder meer - uitspraken waarbij wordt gesteld dat het vestigen van nederzettingen in bezet gebied geoorloofd is, evenals het martelen van arrestanten, of het bouwen van de Muur op land van de Palestijnen.

Geen opmerkingen: