woensdag 18 april 2018

''Een Israel dat een ander volk 70 jaar onderdrukt voelt niet echt als thuis''

De schrijver David Grossman schenkt de helft van zijn prijs aan vredesdoelen. (Foto's Activestills.org/Oren Ziv)

Ruim 7,000 Israeli's en Palestijnen hebben woensdag, op de dag dat Israel de slachtoffers van de Holocaust en van de diverse oorlogen herdenkt, een gezamenlijke alternatieve ceremonie gehouden, waaraan werd deelgenomen door  het Forum van Getroffen Families (Bereaved Families) en de Strijders voor Vrede (Combatants for Peace).
Het was een bijeenkomst in de open lucht in het HaYarkon Park in Tel Aviv nadat een auditorium in Holon, dat aanvankelijk voor de bijeenkomst was gehuurd, het af liet weten omdat het om een ''politieke bijeenkomst'' zou gaan. Dinsdag moest bovendien het hooggerechtshof nog tussenbeide komen, om een beslissing van minister van Defensie Lieberman te overrulen en 110 Palestijnen alsnog permissie te verlenen om Israel aan de andere kant van de Groene Lijn binnen te komen en deel te nemen.Verleden jaar was dat misgegaan en werd er een alternatieve bijeenkomst georganiseerd in Beit Jalaa in bezet gebied.
Onder de sprekers waren Adi Kahlon, wiens vader Dov al langer geleden was gedood bij een zelfmoordaanslag in Haifa,Dr. Amal Abu Sa’ad, wier man, de wiskundeleraar Yaqub Abu Alqi'an, in 2017 werd doodgeschoten door de politie bij een sloopactie in het Bedoeïenendorp Umm al-Hiran (dat inmiddels in zijn geheel afgebroken gaat worden), Jihad Zriar, wiens zoon, Alaa, door het Israelische leger werd doodgeschoten in Hebron toen hij weg was naar het huis van zijn grootvader, en de schrijver David Grossman, wiens zoon Uri werd gedood in 2006, tijdens de inval in Libanon die in Israel ''de tweede Libanese oorlog'' wordt genoemd.

Dr Amal Abu Sa'ad

De bijeenkomst  was omgeven door een cordon van in groten getale uitgerukte politie. Daarbuiten stonden groepen demonstranten, waaronder leden van  “La Familia” en Lahava en rechtse kolonisten als de advocaat Itamar ben Gvir, “Dood aan de Arabieren” en “Dood aan de Terroristen”  te roepen en de deelnemers uit te maken voor nazi's en verraders. Er werden Palestijnse vlaggen verbrand en kaarsen aangestoken voor de gevallen Israelische soldaten. David Grossman, die op de Israelische ''onafhakelijkheidsdag'', de verjaardag van 70 jaar Israel, de ''Israel Prize'' gaat krijgen, beloofde in zijn speech de helft van het daaraan verbonden bedrag te zullen schenken aan het ''Forum van Bereaved Families'' en aan ''Elifelet'', een organisatie die hup verleenta aan de kinderen van de asielzoekers die Israel wil uitwijzen.
Hij memoreerde zijn  gevallen zoon, die hij 12 jaar later nog steeds zeer hevig mist en stelde dat dergelijke verliezen een andere, relatieverender kijk op de dingen geeft en mensen kan verbinden. Hij herinnerde er verder aan dat mensen destijds naar Israel kwamen met een gevoel dat zij eindelijk ''thuis'' waren, maar dat een Israel, dat een volk 70 jaar onderdrukt en apartheid praktiseert, als minder dan thuis voelt. ''Als een minister van Defensie Palestijnen die naar vrede streven ervan weerhoudt deel te nemen aan een vreedzame bijeenkomts, dan is het minder dan een huis. Als de premier mensenrechtenorganisaties aanvalt en probeert wetten erdoor te krijgen die het mogelijk maken uitspraken van het hooggerechtshof te naast zich neer te leggen, ''dan wordt het minder een huis voor ons allemaal''.
''Wanneer het anderhalf miljoen Palestijnse burgers van Israel discrimineert,'' aldus Grossman, ''is het niet echt een huis voor de minderheid en de meerderheid. Wanneer Israel van miljoenen Joden van de Reform en de Conservatieve richting ontkent dat zij Joods zijn, is het niet helemaal een huis. Als men zijn trouw aan de regering en de regerende partij moet gaan betuigen. is het geen thuis''.
Dr. Amal Abu Saad, de vrouw van de in Umm al-Hiran doodgeschoten wiskundeleraar Alqi'an, zei: "Ik behoor tot de Bedoeïenengemeenschap die deel uitmaakt van de Palestijnse gemeenschap en ik ben een burger van de Staat Israel. Die identiteiten schijnen elkaar tegen te spreken. Het hoeft niet zo te zijn, maar het is wel zo. De Staat Israel waar ik de identiteitskaart van draag, behandelt met niet als een gelijke onder de gelijken.
"Kogels van de Israelische veiligheidstroepen doodden mijn man, die een Bedoeïen was, een Palestijn en een Israeli net als ik,'' vervolgde ze. ''Tijdens hetzelfde incident werd de politieman Erez Amedi Levy gedood. Hij is begraven op een militaire begraafplaats en erkend als een gevallen soldaat. Mijn man, een met een prijs bekroonde docent, werd onmiddellijk aangemerkt als een terrorist, en wij zijn daarna volstrekt genegeerd. Het onderzoek naar het incident toonde overduidelijk aan dat Yacoub geen aanslag uitvoerde, maar toch is de zaak niet afgesloten en heeft niemand een oplossing aangeboden. Ik voed zes jonge kinderen op zonder een dak boven mijn hoofd. Niemand neemt verantwoordelijkheid voor de ramp die daar plaats heeft gevonden."

Geen opmerkingen: